In Remembrance 2 november 2025
XIII Later als ik dood ben - Stef Bos
I. In Remembrance - Eleanor Daley (*1955)
Do not stand at my grave and weep
I am not there, I do not sleep,
I am a thousand winds that blow,
I am the diamond glint on snow.
I am the sunlight-ripened grain.
I am the gentle morning rain.
And when you wake in the morning’s hush,
I am the sweet uplifting rush of quiet birds in circled flight.
I am the soft stars that shine at night.
Do not stand at my grave and cry,
I am not there, I did not die.
tekst: Mary Elisabeth Frye (1905-2004)
Sta niet aan mijn graf om daar te wenen.
Ik ben daar niet, ik slaap niet.
Ik ben de duizend waaiende winden,
Ik ben de diamanten glinstering op de sneeuw.
Ik ben het zongerijpte graan.
Ik ben de zachte ochtendregen.
En wanneer jij ontwaakt in de ochtendstilte, ben ik het lieve, bemoedigende geruis van vogels die in stilte rondvliegen.
Ik ben de zachte sterren die schijnen in de nacht
Sta niet aan mijn graf om daar te huilen, Ik ben daar niet, ik ging niet dood.
vertaling: Geert Westehof
II. Vandaag - J. Bakx
vandaag
breek ik door
het cellofaan heen
vandaag
heb ik het
leven lief
vandaag
haal ik de
deksel eraf
vandaag
buig ik voor
het verlies
vandaag
dans ik niet
het lot
IV. Lay a garland - Robert Louis Pearsall (1795-1856)
Lay a garland on her hearse
of dismal yew.
Maidens, willow branches wear,
say she died true.
Her love was false, but she was firm.
Upon her buried body lie lightly,
thou gentle earth.
T ekst: Francis Beaumont en James Fletcher
Leg een krans van armzalige taxus
op haar lijkkoets.
Meisjes, draag wilgentakken,
zeg dat ze trouw gestorven is.
Haar lief was ontrouw, maar zij hield stand.
Lig zacht op haar begraven lichaam,
milde aarde!
Vertaling : Geert Westerhof
V. Als ik nu ga – Hans Lodeizen (1924-1950)
Als ik nu ga zal het zachter
zijn, in de wind, in de huizen,
zal het hart zachter proeven aan
de zonnebloemen en aan de lange
stem die uit de kamer hangt
in de tuin vol nachtegaalgezang
als ik nu ga zal het minder
wreed in je schouder bijten en
ook plezier op je lichaam leggen
als veel fruit op een schaal als
ik nu ga zal het regenen de
wind zal sprookjes weven in
de avond als ik nu ga zal
het zomer zijn voor het garen
maar ik lig nog aan je armen
verankerd in de haven van de
stad maar ik ben nog bij je
maar mijn stem glijdt nog over
je strijkstok maar ik
houd toch van je dat weet je
maar ik slaap nog op je borst
ik ben nog niet heengegaan
de treinen zijn allemaal vertrokken
ik ben nog niet heengegaan
de kaartjes zijn verkocht
de koffers zijn ingestapt
ik ben gebleven
als ik nu ga zal het zachter
zijn, in de wind, in de huizen.
en toch, ofschoon
de wind nu is gaan
liggen, en het bos wuift
en knikkebolt,
nu dat de slaap als
een harp klinkt en
de kinderen zingen
leg ik mijn elleboog op de
donkere middag en huil
muziek vallend door het bos
als herfstbladeren een lied
gezongen door de sopraan der eiken
vang de lange buit
maar om weg te gaan
voordat het uur een vlinder is
die opvliegt en verdwijnt.
VII Lacrymosa (uit: Requiem) – Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)
t Zal een dag van tranen wezen,
als de mens uit as herrezen
’t oordeel wacht, met schuld beladen
Toon hem dan, God, uw genade
Milde Heer Jesus,
geef hen rust. Amen.
Lacrimosa dies illa,
qua resurget ex favilla
iudicandus homo reus.
Huic ergo parce, Deus!
Pie Iesu Domine,
dona eis requiem. Amen.
IX Allerseelen - Richard Strauss (1864-1949)
XI. Voor een dag van morgen - Hans Andreus (1926-1977)
VIII. Ik moet op reis... Toon Tellegen (*1941)
XII. Frühlingstraum (uit: Winterreisse) - Franz Schubert (1797-1828)
Het gelezen verhaal komt uit het boek: "Maar niet uit hart"
Stell auf den Tisch die duftenden Reseden,
Die letzten roten Astern trag herbei,
Und laß uns wieder von der Liebe reden,
Wie einst im Mai.
Gib mir die Hand, daß ich sie heimlich drücke
Und wenn man's sieht, mir ist es einerlei,
Gib mir nur einen deiner süßen Blicke,
Wie einst im Mai.
Es blüht und duftet heut auf jedem Grabe,
Ein Tag im Jahr ist ja den Toten frei,
Komm an mein Herz, daß ich dich wieder habe,
Wie einst im Mai.
Tekst: Hermann von Gilm zu Rosenegg (1812- 1864)
Zet op de tafel resdea’s die geuren
Plaats daar de laatste rode asters bij,
En laat opnieuw zo'n lief gesprek gebeuren
Als eens in mei.
Geef mij je hand, laat mij haar heim’lijk drukken,
En als men ’t ziet, niets kan het schelen mij,
Laat mij één enk’le blik van jou verrukken
Als eens in mei.
Het bloeit en geurt vandaag op alle graven,
Eén dag in ’t jaar is voor de doden vrij,
Kom aan mijn hart, schenk mij opnieuw die gave
Als eens in mei.
Vertaling : Lau Kanen (1939-2020)
Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad
hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens,
ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.
Ich träumte von bunten Blumen,
So wie sie wohl blühen im Mai,
Ich träumte von grünen Wiesen,
Von lustigem Vogelgeschrei.
Und als die Hähne krähten,
Da ward mein Auge wach;
Da war es kalt und finster,
Es schrieen die Raben vom Dach.
Doch an den Fensterscheiben,
Wer mahlte die Blätter da?
Ihr lacht wohl über den Träumer,
Der Blumen im Winter sah?
Ich träumte von Lieb' um Liebe,
Von einer schönen Maid,
Von Herzen und von Küssen,
Von Wonn' und Seligkeit.
Und als die Hähne krähten,
Da ward mein Herze wach;
Nun sitz' ich hier alleine
Und denke dem Traume nach.
Die Augen schließ' ich wieder,
Noch schlägt das Herz so warm.
Wann grünt ihr Blätter am Fenster?
Wann halt' ich dich, Liebchen, im Arm?
tekst: Wilhelm Müller (1794 - 1827)
Ik droomde van bonte bloemen,
Zoals ze wel bloeien in mei;
Ik droomde van groene weiden,
Van zingende vogels daarbij.
En toen de hanen kraaiden
En dat mijn slaap verbrak,
Toen was het koud en donker
En krijsten de raven op 't dak.
Maar op de vensterruiten
Wie verfde daar bladerrag?
U gniffelt over de dromer
Die 's winters nog bloemen zag?
Ik droomde van liefde voor liefde,
En van een mooie meid,
Van harten en van kussen,
Van zegen en zaligheid.
En toen de hanen kraaiden,
Ontwaakte ik weer vlug.
Nu zit ik in mijn eentje
En denk aan die droom terug.
Ik sluit opnieuw de ogen,
Mijn hart slaat nog zo warm.
Zal ooit een ijsbloem gaan bloeien?
Wanneer ligt mijn lief in mijn arm?
Vertaling : Lau Kanen (1939-2020)
Later als ik dood ben wil ik een ander leven
Niet meer altijd bezig met wat geschreven staat
Een laatste strohalm zijn voor wie het niet meer weten
Een vlinder die voorbij vliegt en alles lichter maakt
Later als ik dood ben wil ik wonen in jouw ogen
Om jou te laten zien waar ik zelf blind voor was
Want de liefde ligt zo dikwijls gewoon maar voor het grijpen
Later als ik dood ben wil ik wonen in jouw hart
Later als ik dood ben en ik niets meer kan verliezen
Trek ik de registers open en laat alle lucht eruit
Orgelklanken zoals golven die de wereld overspoelen
Met een liefde die de angel haalt uit alle haat en nijd
Later als ik dood ben wil ik niet meer denken
Denken aan degenen tegen wie ik vechten moest
Weg uit hun gedachten en zij ook uit de mijne
Ik heb teveel mijn tijd verloren met wat er niet toe doet
Later als ik dood ben wil ik de vader worden
Die ik door mijn onvermogen nooit heb kunnen zijn
Lichtdoorgever…
Wegbereider en een
Engel op een schouder
Een vader die er altijd is ook als hij verdwijnt
Later als ik dood ben wil ik overgaan in alles
Onzichtbaar in de avond als het laatste hemelsblauw
Later als ik dood ben wil ik met jou dansen
Zonder dat je weet dat ik jou in mijn armen hou.